De schepping van de mens

Groep

1

Wat is, gebaseerd op wat er met je is gebeurd sinds onze vorige bijeenkomst, iets waar je dankbaar voor bent?

2

Waar heb je deze week stress van gehad, en wat heb je nodig om het beter te laten gaan?

3

Wat zijn de behoeften van de mensen om je heen, en hoe kunnen we elkaar helpen om aan die behoeften te voldoen?

4

Wat was het verhaal van onze vorige ontmoeting? Wat hebben we geleerd over God en de mensen?

5

Tijdens onze laatste bijeenkomst besloot je om iets toe te passen wat je had geleerd. Wat heb je gedaan en hoe is dat gegaan?

6

Met wie heb je iets gedeeld uit het vorige verhaal? Hoe reageerden ze?

7

De vorige keer dat we bijeen waren, hebben we verschillende behoeften vastgesteld en plannen gemaakt om daarin te voorzien. Hoe is dat gegaan?

8

Laten we nu een nieuw verhaal van God lezen...

Genesis 1: 26-27

²⁶ Toen zei God: ‘Laat Ons mensen maken die op Ons lijken en kunnen heersen over alle dieren op aarde, in de zeeën en in de lucht.’ ²⁷ God schiep daarop de mens als zijn evenbeeld. Als man en vrouw schiep Hij hen.

Genesis 2: 7-9

Toen vormde de Here God het lichaam van de mens uit stof van de aarde en blies hem de levensadem in. Zo werd de mens een levend wezen. De Here God plantte een hof in Eden, in het oosten en bracht de mens die Hij had geschapen daarheen. In de hof plantte Hij prachtige fruitbomen. Midden in de hof plaatste Hij de boom van het leven en de boom van de kennis van goed en kwaad.

Genesis 2: 15-25

¹⁵ De Here God plaatste de mens in de hof van Eden om de zorg daarvan op zich te nemen en de hof te bewerken. ¹⁶ Maar Hij waarschuwde de mens: ‘Je mag van alle bomen in de hof eten, ¹⁷ maar niet van de boom van de kennis van goed en kwaad. Want als je daarvan eet, zul je zeker sterven.’ ¹⁸ En de Here God zei: ‘Het is niet goed voor de mens alleen te zijn. Ik zal iemand maken met wie hij zijn leven kan delen en die hem kan helpen.’ ¹⁹⁻²⁰ De Here God maakte uit het stof dieren en vogels en bracht ze bij de mens om te zien hoe hij ze zou noemen. De naam die hij koos, zou voor altijd hun naam blijven. Maar geen van deze dieren was geschikt als helper voor Adam. ²¹ Toen liet de Here God Adam in een diepe slaap vallen, nam een rib uit zijn lichaam en sloot de plaats waaruit Hij de rib had genomen. ²² Uit die rib maakte Hij een vrouw en Hij bracht haar bij de mens. ²³ ‘Ja, dit is wat ik nodig had!’ riep Adam uit, ‘zij is echt een deel van mijn lichaam. Ik zal haar mannin noemen, omdat zij is genomen uit de man.’ ²⁴ Dit verklaart waarom een man zijn vader en moeder verlaat, zich bij zijn vrouw voegt en werkelijk één met haar wordt. ²⁵ Hoewel de man en de vrouw allebei naakt waren, hinderde hen dat niet, want zij schaamden zich niet voor elkaar.

Het Boek™ Copyright © 1979, 1988, 1998, 2007 by Biblica, Inc. Used by permission. All rights reserved worldwide. Het Boek, Audio Edition Audio Copyright ℗ 2017 by Biblica, Inc.® Used by permission. All rights reserved worldwide.

Toepassing

1

Laten we nu iemand vragen dit fragment in eigen woorden na te vertellen, alsof hij of zij het aan een vriend vertelt die het nog nooit heeft gehoord. Laten we die persoon helpen als hij of zij per ongeluk iets weglaat of toevoegt. In dat geval kunnen we vragen: "Waar staat dat in het verhaal?"

2

Wat leert dit verhaal ons over God, zijn karakter en wat Hij doet?

3

Wat leren we over mensen, inclusief onszelf, uit dit verhaal?

4

Hoe ga je Gods waarheid uit dit verhaal deze week in je leven toepassen? Wat is een concrete actie of handeling die je gaat doen?

5

Met wie ga je een waarheid uit dit verhaal delen voordat we elkaar weer zien? Ken je anderen die net als wij Gods woord via deze app willen ontdekken?

6

Laten we, nu onze bijeenkomst ten einde loopt, beslissen wanneer we weer bij elkaar komen en wie onze volgende bijeenkomst zal leiden.

7

We moedigen je aan om je actiepunten op te schrijven, en dit verhaal opnieuw te lezen in de dagen voordat we elkaar weer ontmoeten. De gespreksleider kan de tekst of audio van het verhaal delen als iemand deze niet heeft. Laten we, nu we weggaan, de Heer vragen ons te helpen.

0:00

0:00