1
2
3
4
5
6
7
8
¹ Toen verklaarde de Here: ² ‘Ik ben de Here, uw God, die u uit de slavernij in Egypte heeft bevrijd. ³ U mag geen andere goden aanbidden dan Mij. ⁴ U mag geen beeld of afbeelding maken van wat boven in de hemel of beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is. ⁵ U mag niet voor dergelijke beelden neerknielen of deze vereren, want Ik, de Here, ben een jaloerse God, die de zonden van de vaders toerekent aan de kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen van hen die Mij haten. ⁶ Maar Ik ben liefdevol voor hen die van Mij houden en mijn wetten gehoorzamen. ⁷ U mag de naam van de Here, uw God, niet zonder goede reden gebruiken, want de Here zal degene die dat wel doet, zeker straffen. ⁸ Onderhoud de sabbat als een heilige dag. ⁹ Zes dagen moet u werken, ¹⁰ maar de zevende dag is de sabbat van de Here, een rustdag. Op die dag mag u niet werken. En dat geldt ook voor uw zonen, dochters, slaven—man of vrouw—vee en gasten. ¹¹ Want in zes dagen heeft de Here de hemel, de aarde, de zee en alles wat daarin leeft, gemaakt en Hij rustte op de zevende dag. Daarom zegende de Here de sabbat en maakte er een bijzondere, heilige dag van. ¹² Heb eerbied voor uw vader en uw moeder, dan krijgt u een lang en goed leven in het land dat de Here, uw God, u zal geven. ¹³ U mag niemand doodslaan. ¹⁴ U mag geen overspel plegen. ¹⁵ U mag niet stelen. ¹⁶ Beschuldig niemand op valse gronden. ¹⁷ U mag het huis van uw naaste niet begeren en ook zijn vrouw niet, zijn slaaf, zijn slavin, zijn rund en zijn ezel of iets anders dat het eigendom is van uw naaste.’
¹ Vervolgens zei de Here tegen Mozes: ² ‘Als iemand tegen Mij zondigt door te weigeren iets dat hij heeft geleend of gehuurd, terug te geven of door te weigeren iets terug te geven dat hem is toevertrouwd of door roof of door zijn volksgenoot af te persen, ³ of door een verloren voorwerp te vinden en daarover te liegen en te zweren dat hij het niet heeft, ⁴⁻⁵ dan zal zo iemand op de dag dat hij schuldig is bevonden aan zo’n zonde, moeten vergoeden wat hij zich heeft toegeëigend, met een extra boete van een vijfde deel en het teruggeven aan degene die hij heeft benadeeld. Op diezelfde dag zal hij zijn schuldoffer naar de tabernakel brengen. ⁶ Zijn schuldoffer moet een ram zonder gebreken zijn, naar een vastgestelde waarde. ⁷ Hij zal het naar de priester brengen en die zal de zonde waaraan hij schuldig is, verzoenen voor de Here en het zal hem worden vergeven.’
Het Boek™ Copyright © 1979, 1988, 1998, 2007 by Biblica, Inc. Used by permission. All rights reserved worldwide. Het Boek, Audio Edition Audio Copyright ℗ 2017 by Biblica, Inc.® Used by permission. All rights reserved worldwide.
1
2
3
4
5
6
7
0:00
0:00