De beloofde Verlosser

Groep

1

Wat is, gebaseerd op wat er met je is gebeurd sinds onze vorige bijeenkomst, iets waar je dankbaar voor bent?

2

Waar heb je deze week stress van gehad, en wat heb je nodig om het beter te laten gaan?

3

Wat zijn de behoeften van de mensen om je heen, en hoe kunnen we elkaar helpen om aan die behoeften te voldoen?

4

Wat was het verhaal van onze vorige ontmoeting? Wat hebben we geleerd over God en de mensen?

5

Tijdens onze laatste bijeenkomst besloot je om iets toe te passen wat je had geleerd. Wat heb je gedaan en hoe is dat gegaan?

6

Met wie heb je iets gedeeld uit het vorige verhaal? Hoe reageerden ze?

7

De vorige keer dat we bijeen waren, hebben we verschillende behoeften vastgesteld en plannen gemaakt om daarin te voorzien. Hoe is dat gegaan?

8

Laten we nu een nieuw verhaal van God lezen...

Jesaja 9: 1-7

¹ ‘Het volk dat in de duisternis leeft, zal een groot Licht zien, en over hen die wonen in het land waar de dood heerst, zal een Licht opgaan. ² Want Israël zal weer groot worden gemaakt en blij zijn, zoals men in de oogsttijd blij is of zoals overwinnaars blij zijn als zij de buit verdelen. ³ Want God zal de ketens van dit volk breken en de zweep die het slaat, kapot maken zoals Hij ook deed toen grote groepen Midjanieten door Gideons kleine bende werden verslagen. Op die glorieuze dag van vrede zal het oorlogstuig niet meer worden gebruikt, de met bloed doordrenkte mantels en de dreunende laars zullen worden verbrand. Want een Kind is ons geboren, een Zoon werd ons gegeven en de heerschappij zal op zijn schouders rusten. Dit zullen zijn koninklijke titels zijn: Wonderbare Raadgever, Machtige God, Eeuwige Vader, Vredevorst. Aan zijn vredevolle bewind zal nooit een einde komen. Vanaf de troon van zijn vader David zal Hij rechtvaardig regeren. Hij zal alle volken van de wereld rechtvaardigheid en vrede brengen. En dit alles zal gebeuren omdat de brandende liefde van de Here van de hemelse legers zich heeft voorgenomen dit te doen! ⁷⁻⁹ De Here heeft gesproken tot het trotse Israël, dat zegt dat het zijn land beter en mooier dan tevoren zal herbouwen, ook al is het nu een puinhoop. De wilde vijgenbomen zijn omgehakt, maar die zullen worden vervangen door ceders!

Lucas 1: 26-38

²⁶ Toen Elisabeth in haar zesde maand was, stuurde God de engel Gabriël naar Nazareth, een stad in Galilea. ²⁷ Hij moest bij Maria zijn, een jonge vrouw die verloofd was met een zekere Jozef, die nog van koning David afstamde. ²⁸ Gabriël kwam bij haar binnen en zei: ‘Ik wens u vrede toe! U bent een gelukkige vrouw. De Here zij met u!’ ²⁹ Maria raakte daardoor in de war en werd bang. Zij vroeg zich af wat hij bedoelde. ³⁰ ‘Wees niet bang, Maria,’ zei de engel, ‘want God heeft besloten u heel bijzonder te zegenen. ³¹ U zult zwanger worden en een zoon krijgen, die u de naam Jezus moet geven. ³² Hij zal een groot man zijn en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd. God, de Here, zal Hem de troon van zijn voorvader David geven. ³³ Hij zal voor altijd over het volk Israël regeren en aan zijn regering zal geen einde komen.’ ³⁴ ‘Maar hoe kan ik een kind krijgen?’ vroeg Maria. ‘Ik ben nog maagd.’ ³⁵ De engel antwoordde: ‘De Heilige Geest zal over u komen. U zult zwanger worden door de kracht van God. Daarom zal uw Kind heilig zijn en de Zoon van God worden genoemd. ³⁶ Ik heb nog meer nieuws. Het is over uw oude tante Elisabeth. U weet dat zij geen kinderen kon krijgen, maar nu verwacht zij een zoon. Zij is al in haar zesde maand. ³⁷ Voor God is niets onmogelijk. Wat Hij zegt, gebeurt.’ ³⁸ ‘Goed,’ zei Maria, ‘de Here mag met mij doen wat Hij wil. Ik hoop dat het zo zal gaan als u mij hebt gezegd.’ Daarop ging de engel weg.

Het Boek™ Copyright © 1979, 1988, 1998, 2007 by Biblica, Inc. Used by permission. All rights reserved worldwide. Het Boek, Audio Edition Audio Copyright ℗ 2017 by Biblica, Inc.® Used by permission. All rights reserved worldwide.

Toepassing

1

Laten we nu iemand vragen dit fragment in eigen woorden na te vertellen, alsof hij of zij het aan een vriend vertelt die het nog nooit heeft gehoord. Laten we die persoon helpen als hij of zij per ongeluk iets weglaat of toevoegt. In dat geval kunnen we vragen: "Waar staat dat in het verhaal?"

2

Wat leert dit verhaal ons over God, zijn karakter en wat Hij doet?

3

Wat leren we over mensen, inclusief onszelf, uit dit verhaal?

4

Hoe ga je Gods waarheid uit dit verhaal deze week in je leven toepassen? Wat is een concrete actie of handeling die je gaat doen?

5

Met wie ga je een waarheid uit dit verhaal delen voordat we elkaar weer zien? Ken je anderen die net als wij Gods woord via deze app willen ontdekken?

6

Laten we, nu onze bijeenkomst ten einde loopt, beslissen wanneer we weer bij elkaar komen en wie onze volgende bijeenkomst zal leiden.

7

We moedigen je aan om je actiepunten op te schrijven, en dit verhaal opnieuw te lezen in de dagen voordat we elkaar weer ontmoeten. De gespreksleider kan de tekst of audio van het verhaal delen als iemand deze niet heeft. Laten we, nu we weggaan, de Heer vragen ons te helpen.

0:00

0:00