Vergeving en opoffering

Groep

1

Wat is, gebaseerd op wat er met je is gebeurd sinds onze vorige bijeenkomst, iets waar je dankbaar voor bent?

2

Waar heb je deze week stress van gehad, en wat heb je nodig om het beter te laten gaan?

3

Wat zijn de behoeften van de mensen om je heen, en hoe kunnen we elkaar helpen om aan die behoeften te voldoen?

4

Wat was het verhaal van onze vorige ontmoeting? Wat hebben we geleerd over God en de mensen?

5

Tijdens onze laatste bijeenkomst besloot je om iets toe te passen wat je had geleerd. Wat heb je gedaan en hoe is dat gegaan?

6

Met wie heb je iets gedeeld uit het vorige verhaal? Hoe reageerden ze?

7

De vorige keer dat we bijeen waren, hebben we verschillende behoeften vastgesteld en plannen gemaakt om daarin te voorzien. Hoe is dat gegaan?

8

Laten we nu een nieuw verhaal van God lezen...

Lucas 18: 9-30

Daarna vertelde Hij een gelijkenis speciaal bedoeld voor degenen die opschepten over hun eigen goedheid en die op al de anderen neerkeken. ¹⁰ ‘Twee mannen gingen naar de tempel om te bidden. De ene was een Farizeeër die erg met zichzelf was ingenomen. De andere was een tolontvanger. ¹¹ De Farizeeër stond rechtop en zei dit gebed: “Dank u, God, dat ik niet zo ben als alle zondaars. En zeker niet zoals die tolontvanger daar! Ik bedrieg niemand. Ik pleeg geen overspel. ¹² Ik vast twee maal per week. En ik geef U tien procent van alles wat ik verdien.” ¹³ Maar de tolontvanger stond helemaal achterin de tempel. Hij durfde niet eens omhoog te kijken, terwijl hij aan het bidden was. Hij sloeg zich van berouw en verdriet op de borst en zei: “God, ik ben een zondaar. Wilt U mij in genade aannemen?” ¹⁴ Onthoud dit goed: die tolontvanger had vergeving van God ontvangen, toen hij naar huis ging. Maar die Farizeeër niet! Want wie erop uit is meer eer te krijgen dan hem toekomt, zal worden vernederd. Maar wie nederig is, zal eer ontvangen.’ ¹⁵ Op een dag brachten enkele mensen hun kleine kinderen bij Hem. Zij wilden graag dat Hij ze zou aanraken en zegenen. De leerlingen zeiden echter dat ze moesten weggaan. ¹⁶ Maar Jezus riep de kinderen bij Zich en zei tegen zijn leerlingen: ‘Laat die kinderen toch bij Mij komen! Houd ze niet tegen. Want het Koninkrijk van God is voor wie is zoals zij. ¹⁷ Het is zelfs zo dat wie niet het eenvoudige geloof van een kind heeft, niet eens in het Koninkrijk van God kan komen.’ ¹⁸ Een vooraanstaande Jood kwam bij Hem met de vraag: ‘Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te krijgen?’ ¹⁹ ‘Beseft u wel wat u zegt, als u Mij goed noemt?’ vroeg Jezus. ‘Er is toch niemand goed behalve God? ²⁰ En wat uw vraag betreft, u weet best wat u moet doen. U mag geen overspel plegen. U mag niemand doodslaan. U mag niet stelen. U mag anderen niet vals beschuldigen. Heb eerbied voor uw vader en moeder.’ ²¹ De man antwoordde: ‘Van jongs af aan heb ik mij aan al die voorschriften gehouden.’ ²² ‘Toch is er iets dat u nog niet hebt gedaan,’ zei Jezus. ‘Verkoop alles wat u hebt en geef het geld aan de armen. Daardoor krijgt u een schat in de hemel. Kom daarna terug en ga met Mij mee.’ ²³ Toen de man dat hoorde, ging hij heel verdrietig weg, want hij was erg rijk. ²⁴ Jezus keek hem na en zei: ‘Wat is het voor rijke mensen moeilijk om in het Koninkrijk van God te komen! ²⁵ Het is voor een kameel gemakkelijker om door het oog van een naald te gaan, dan voor een rijke om het Koninkrijk van God binnen te gaan.’ ²⁶ ‘Maar wie kan dan wel gered worden?’ vroegen de mensen die het hadden gehoord. ²⁷ Hij antwoordde: ‘Wat bij de mensen niet kan, kan wel bij God.’ ²⁸ Petrus zei: ‘U weet dat wij alles hebben verlaten om U te volgen.’ ²⁹ ‘Ja,’ antwoordde Jezus. ‘En wie huis, vrouw, broers, ouders of kinderen verlaat ter wille van het Koninkrijk van God, ³⁰ zal nu al vele malen meer terugkrijgen. En in de toekomst krijgt hij het eeuwige leven.’

Het Boek™ Copyright © 1979, 1988, 1998, 2007 by Biblica, Inc. Used by permission. All rights reserved worldwide. Het Boek, Audio Edition Audio Copyright ℗ 2017 by Biblica, Inc.® Used by permission. All rights reserved worldwide.

Toepassing

1

Laten we nu iemand vragen dit fragment in eigen woorden na te vertellen, alsof hij of zij het aan een vriend vertelt die het nog nooit heeft gehoord. Laten we die persoon helpen als hij of zij per ongeluk iets weglaat of toevoegt. In dat geval kunnen we vragen: "Waar staat dat in het verhaal?"

2

Wat leert dit verhaal ons over God, zijn karakter en wat Hij doet?

3

Wat leren we over mensen, inclusief onszelf, uit dit verhaal?

4

Hoe ga je Gods waarheid uit dit verhaal deze week in je leven toepassen? Wat is een concrete actie of handeling die je gaat doen?

5

Met wie ga je een waarheid uit dit verhaal delen voordat we elkaar weer zien? Ken je anderen die net als wij Gods woord via deze app willen ontdekken?

6

Laten we, nu onze bijeenkomst ten einde loopt, beslissen wanneer we weer bij elkaar komen en wie onze volgende bijeenkomst zal leiden.

7

We moedigen je aan om je actiepunten op te schrijven, en dit verhaal opnieuw te lezen in de dagen voordat we elkaar weer ontmoeten. De gespreksleider kan de tekst of audio van het verhaal delen als iemand deze niet heeft. Laten we, nu we weggaan, de Heer vragen ons te helpen.

0:00

0:00