De kruisiging

Groep

1

Wat is, gebaseerd op wat er met je is gebeurd sinds onze vorige bijeenkomst, iets waar je dankbaar voor bent?

2

Waar heb je deze week stress van gehad, en wat heb je nodig om het beter te laten gaan?

3

Wat zijn de behoeften van de mensen om je heen, en hoe kunnen we elkaar helpen om aan die behoeften te voldoen?

4

Wat was het verhaal van onze vorige ontmoeting? Wat hebben we geleerd over God en de mensen?

5

Tijdens onze laatste bijeenkomst besloot je om iets toe te passen wat je had geleerd. Wat heb je gedaan en hoe is dat gegaan?

6

Met wie heb je iets gedeeld uit het vorige verhaal? Hoe reageerden ze?

7

De vorige keer dat we bijeen waren, hebben we verschillende behoeften vastgesteld en plannen gemaakt om daarin te voorzien. Hoe is dat gegaan?

8

Laten we nu een nieuw verhaal van God lezen...

Lucas 23: 32-56

³² Twee misdadigers werden samen met Hem naar de plaats van terechtstelling gebracht. ³³ Schedel of Golgotha heette die plaats. Daar werden ze alle drie gekruisigd. Jezus in het midden en de twee misdadigers aan weerszijden van Hem. ³⁴ ‘Vader,’ zei Jezus, ‘vergeef het deze mensen. Zij weten niet wat ze doen.’ De soldaten verdeelden zijn kleren onder elkaar door erom te loten. ³⁵ De mensen stonden toe te kijken. En de Joodse leiders deden niets dan Hem bespotten en uitlachen. ‘Hij heeft anderen gered,’ hoonden ze. ‘Laten we nu eens kijken of Hij Zichzelf kan redden, of Hij werkelijk de Christus is.’ ³⁶ De soldaten lachten Hem ook uit en gaven Hem zure wijn te drinken. ³⁷ Ze zeiden: ‘Zeg, koning van de Joden! Red Uzelf!’ ³⁸ Boven zijn hoofd hing een bordje met de woorden: ‘Dit is de Koning van de Joden.’ ³⁹ Een van de misdadigers die naast Hem hing, zei spottend: ‘Zo, U bent dus de Christus? Bewijs dat eens. Red Uzelf en ons.’ ⁴⁰ Maar de ander snoerde hem de mond. ‘Heb je geen ontzag voor God, terwijl je hetzelfde vonnis hebt gekregen? ⁴¹ En wij krijgen ons verdiende loon, maar deze man heeft niets verkeerds gedaan.’ ⁴² Hij zei tegen Jezus: ‘Jezus, denk aan mij als U in uw koninkrijk komt.’ ⁴³ Jezus antwoordde: ‘Vandaag zult u met Mij in het paradijs zijn. Daar kunt u zeker van zijn.’ ⁴⁴ Tegen de middag werd het in het hele land donker. Dat duurde tot een uur of drie. ⁴⁵ Het zonlicht was weg. Plotseling scheurde het zware gordijn in de tempel doormidden. ⁴⁶ Op dat moment riep Jezus: ‘Vader, in uw handen leg ik mijn geest!’ En met die woorden blies Hij zijn laatste adem uit. ⁴⁷ De Romeinse officier begreep dat God de hand in dit alles had en zei vol ontzag: ‘Deze mens was werkelijk rechtvaardig.’ ⁴⁸ De vele mensen die naar de kruisiging waren komen kijken, gingen naar huis nadat ze dit allemaal hadden gezien. Ze sloegen zich op de borst van berouw en verdriet. ⁴⁹ Jezus’ vrienden en ook de vrouwen die met Hem uit Galilea waren meegekomen, stonden op een afstand te kijken. ⁵⁰ Een zekere Jozef, die lid was van de Hoge Raad en uit de stad Arimathea kwam, ⁵¹ was het helemaal niet eens geweest met de beslissing en het optreden van de andere Joodse leiders. Hij was een goed en rechtvaardig man, die verwachtte dat het Koninkrijk van God zou komen. ⁵² Hij ging naar Pilatus en vroeg of hij het lichaam van Jezus mocht hebben. ⁵³ Nadat hij het lichaam van het kruis had afgenomen, wikkelde hij het in een lang stuk linnen. Daarna legde hij het in een nog niet eerder gebruikt graf dat in de rotsen was uitgehakt. ⁵⁴ De vrijdagmiddag was bijna voorbij. De sabbat zou beginnen. ⁵⁵ De vrouwen die met Jezus uit Galilea waren meegekomen, gingen mee naar het graf en zagen hoe het lichaam erin werd gelegd. ⁵⁶ Daarna gingen ze naar huis en maakten speciale kruiden en olie klaar om Hem te balsemen. Op de sabbat namen ze rust. Dat is volgens de Joodse wet verplicht.

Het Boek™ Copyright © 1979, 1988, 1998, 2007 by Biblica, Inc. Used by permission. All rights reserved worldwide. Het Boek, Audio Edition Audio Copyright ℗ 2017 by Biblica, Inc.® Used by permission. All rights reserved worldwide.

Toepassing

1

Laten we nu iemand vragen dit fragment in eigen woorden na te vertellen, alsof hij of zij het aan een vriend vertelt die het nog nooit heeft gehoord. Laten we die persoon helpen als hij of zij per ongeluk iets weglaat of toevoegt. In dat geval kunnen we vragen: "Waar staat dat in het verhaal?"

2

Wat leert dit verhaal ons over God, zijn karakter en wat Hij doet?

3

Wat leren we over mensen, inclusief onszelf, uit dit verhaal?

4

Hoe ga je Gods waarheid uit dit verhaal deze week in je leven toepassen? Wat is een concrete actie of handeling die je gaat doen?

5

Met wie ga je een waarheid uit dit verhaal delen voordat we elkaar weer zien? Ken je anderen die net als wij Gods woord via deze app willen ontdekken?

6

Laten we, nu onze bijeenkomst ten einde loopt, beslissen wanneer we weer bij elkaar komen en wie onze volgende bijeenkomst zal leiden.

7

We moedigen je aan om je actiepunten op te schrijven, en dit verhaal opnieuw te lezen in de dagen voordat we elkaar weer ontmoeten. De gespreksleider kan de tekst of audio van het verhaal delen als iemand deze niet heeft. Laten we, nu we weggaan, de Heer vragen ons te helpen.

0:00

0:00