1
2
3
4
5
6
7
8
⁴⁶ Terwijl Jezus nog in gesprek was, kwamen zijn moeder en zijn broers er aan. Zij wilden Hem spreken. Maar het huis was zo vol dat zij er niet meer bij konden. Ze moesten buiten blijven wachten. ⁴⁷ Toen iemand Hem vertelde dat zij er waren, ⁴⁸ vroeg Hij: ‘Wie is mijn moeder? En wie zijn mijn broers?’ ⁴⁹ Hij wees naar zijn leerlingen en zei: ‘Kijk, dat zijn mijn moeder en mijn broers. ⁵⁰ Ieder die doet wat mijn hemelse Vader wil, is mijn broer, mijn zuster en mijn moeder.’
³ Aan God, de Vader van onze Here Jezus Christus, komt alle dank en eer toe. Hij heeft ons, nu wij één zijn met Jezus Christus, alle geestelijke zegen gegeven die er in de hemel is. ⁴ Al voordat Hij de wereld maakte, heeft God ons uitgekozen, wij die één met Christus zijn. Wij zouden alleen van Hém zijn en volmaakt voor Hem staan. ⁵ Het is altijd zijn bedoeling geweest ons als zijn kinderen aan te nemen door Jezus Christus, ⁶ opdat wij Hem zouden prijzen voor zijn onovertroffen genade. En Hij heeft ons door zijn geliefde Zoon laten ervaren hoe buitengewoon goed Hij is. ⁷ Gods Zoon heeft zijn leven en zijn bloed gegeven om ons van de zonde te verlossen. Alles wat wij hebben misdaan, is ons daardoor vergeven. Wat een rijke genade! ⁸ En dat niet alleen! God heeft ons alle wijsheid en inzicht gegeven. ⁹ Hij verlangde ernaar ons het geheim bekend te maken waarom Hij Christus heeft gestuurd. ¹⁰ Hij heeft besloten alles in de hemel en op aarde bijeen te brengen onder het absolute gezag van Christus, als de tijd rijp is.
Het Boek™ Copyright © 1979, 1988, 1998, 2007 by Biblica, Inc. Used by permission. All rights reserved worldwide. Het Boek, Audio Edition Audio Copyright ℗ 2017 by Biblica, Inc.® Used by permission. All rights reserved worldwide.
1
2
3
4
5
6
7
8
0:00
0:00