Een leven van opoffering

Groep

1

Wat is, gebaseerd op wat er met je is gebeurd sinds onze vorige bijeenkomst, iets waar je dankbaar voor bent?

2

Waar heb je deze week stress van gehad, en wat heb je nodig om het beter te laten gaan?

3

Wat zijn de behoeften van de mensen om je heen, en hoe kunnen we elkaar helpen om aan die behoeften te voldoen?

4

Wat was het verhaal van onze vorige ontmoeting? Wat hebben we geleerd over God en de mensen?

5

Tijdens onze laatste bijeenkomst besloot je om iets toe te passen wat je had geleerd. Wat heb je gedaan en hoe is dat gegaan?

6

Met wie heb je iets gedeeld uit het vorige verhaal? Hoe reageerden ze?

7

De vorige keer dat we bijeen waren, hebben we verschillende behoeften vastgesteld en plannen gemaakt om daarin te voorzien. Hoe is dat gegaan?

8

Laten we nu een nieuw verhaal van God lezen...

Romeinen 12: 1-21

¹ Ik zeg u daarom, vrienden, dat u zich helemaal aan God moet wijden. Temeer omdat Hij u al zijn liefdevolle goedheid aanbiedt. Laat uw lichaam een levend offer zijn, heilig, zodat het een vreugde voor God is. Dat is de beste manier waarop u God kunt dienen. ² U moet niet worden als de mensen die zich niets van God aantrekken. U moet anders worden, door een nieuwe manier van denken. Dan kunt u ontdekken wat God wil. En wat Hij wil, is goed, aangenaam en volmaakt. ³ Als Gods boodschapper zeg ik tegen ieder van u: beoordeel uzelf eerlijk en denk niet te hoog van uzelf, bepaal uw eigen waarde naar de mate van het geloof dat u van God ontvangen hebt. Een menselijk lichaam bestaat uit vele delen en die delen doen niet allemaal hetzelfde. Zo is het ook met ons. Al zijn we met velen, door onze verhouding tot Christus vormen wij samen één lichaam. En wij zijn stuk voor stuk leden van dat lichaam. Wij horen bij elkaar. De gaven die God ons heeft gegeven, zijn verschillend. Wie namens God moet spreken, doet dat naar het geloof dat hij daarvoor krijgt. Wie moet helpen, krijgt daar de kracht voor. Wie moet onderwijzen, krijgt de gave om te onderwijzen. Wie anderen moet aansporen en bemoedigen, krijgt daar de woorden voor. Wie iets moet uitdelen, krijgt de gave om eenvoudig te blijven. Wie leiding moet geven, krijgt daar de wijsheid voor. Wie zich ontfermt over mensen die het moeilijk hebben, doet dit met opgewektheid. Laat uw liefde geen schijnvertoning zijn. Keer u af van het slechte en houd u vast aan het goede. ¹⁰ Houd veel van elkaar, als broeders en zusters, en laat elkaar uw waardering blijken. ¹¹ Laat uw ijver niet verslappen, maar dien de Here vol enthousiasme. ¹² Wees blij, want God gaat iets geweldigs voor u doen. Geef niet op als u het erg moeilijk krijgt en houd nooit op met bidden. ¹³ Help de gelovigen die tegenslag hebben en doe altijd uw best om gastvrij te zijn. ¹⁴ Wens de mensen die u vervolgen alle goeds toe. U moet hun niets kwaads toewensen. ¹⁵ Wees blij met wie blij zijn en wees verdrietig met wie verdrietig zijn. ¹⁶ U moet één van hart en ziel zijn. Wees niet hoogmoedig, maar doe uw best nederig te zijn. Doe niet of u de wijsheid in pacht hebt. ¹⁷ Als iemand u kwaad doet, zet het hem dan niet betaald. Doe liever iets goeds voor alle mensen. ¹⁸ Probeer, voor zover het van u afhangt, met iedereen in vrede te leven. ¹⁹ Neem nooit wraak, vrienden! Laat dat maar aan God over, want Hij heeft gezegd: ‘Mij komt de wraak toe, Ik bepaal de straf voor alle zonden.’ ²⁰ Maar u moet doen zoals het in Spreuken staat: ‘Als uw vijand honger heeft, geef hem te eten. En als hij dorst heeft, geef hem te drinken. Zo stapelt u gloeiende kolen op zijn hoofd.’ Dan zal hij misschien een andere houding aannemen. ²¹ Laat het kwade u niet overwinnen, maar overwin het door het goede te doen.

Het Boek™ Copyright © 1979, 1988, 1998, 2007 by Biblica, Inc. Used by permission. All rights reserved worldwide. Het Boek, Audio Edition Audio Copyright ℗ 2017 by Biblica, Inc.® Used by permission. All rights reserved worldwide.

Toepassing

1

Laten we nu iemand vragen dit fragment in eigen woorden na te vertellen, alsof hij of zij het aan een vriend vertelt die het nog nooit heeft gehoord. Laten we die persoon helpen als hij of zij per ongeluk iets weglaat of toevoegt. In dat geval kunnen we vragen: "Waar staat dat in het verhaal?"

2

Wat leert dit verhaal ons over God, zijn karakter en wat Hij doet?

3

Wat leren we over mensen, inclusief onszelf, uit dit verhaal?

4

Wat leren we van dit verhaal over leider zijn?

5

Hoe ga je Gods waarheid uit dit verhaal deze week in je leven toepassen? Wat is een concrete actie of handeling die je gaat doen?

6

Met wie ga je een waarheid uit dit verhaal delen voordat we elkaar weer zien? Ken je anderen die net als wij Gods woord via deze app willen ontdekken?

7

Laten we, nu onze bijeenkomst ten einde loopt, beslissen wanneer we weer bij elkaar komen en wie onze volgende bijeenkomst zal leiden.

8

We moedigen je aan om je actiepunten op te schrijven, en dit verhaal opnieuw te lezen in de dagen voordat we elkaar weer ontmoeten. De gespreksleider kan de tekst of audio van het verhaal delen als iemand deze niet heeft. Laten we, nu we weggaan, de Heer vragen ons te helpen.

0:00

0:00