1
2
3
4
5
6
7
8
¹ Daarna werd Jezus door de Geest naar de woestijn geleid om door de duivel op de proef te worden gesteld. ² Nadat hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, kreeg Hij ten slotte honger. ³ Op dat moment stelde de duivel Hem op de proef en zei: ‘U bent toch de Zoon van God? Zeg dan dat deze stenen brood moeten worden.’ ⁴ ‘Nee,’ antwoordde Jezus, ‘want in de Boeken staat dat eten niet het belangrijkste is, maar dat de mens ook leeft van ieder woord dat God spreekt.’ ⁵ Toen nam de duivel Hem mee naar het dak van de tempel in Jeruzalem. ⁶ ‘Als U de Zoon van God bent,’ zei hij, ‘spring dan naar beneden. Er staat immers in de Boeken dat God zijn engelen zal sturen om U te beschermen. Zij zullen U op handen dragen en U zult niet struikelen.’ ⁷ Jezus antwoordde: ‘Er staat ook: “Stel de Here, uw God, niet op de proef.” ’ ⁸ De duivel nam Hem weer mee, nu naar een heel hoge berg. Hij liet Hem alle landen van de wereld zien, met al hun pracht en praal. ⁹ ‘Dat zal ik U allemaal geven,’ zei hij, ‘als U voor mij neerknielt en mij aanbidt.’ ¹⁰ ‘Ga weg, Satan,’ zei Jezus. ‘Er staat immers in de Boeken: “Aanbid de Here, uw God, en geef niemand anders eer.” ’ ¹¹ Toen liet de duivel Jezus met rust. En er kwamen engelen om voor Jezus te zorgen.
Het Boek™ Copyright © 1979, 1988, 1998, 2007 by Biblica, Inc. Used by permission. All rights reserved worldwide. Het Boek, Audio Edition Audio Copyright ℗ 2017 by Biblica, Inc.® Used by permission. All rights reserved worldwide.
1
2
3
4
5
6
7
8
0:00
0:00