1
2
3
4
5
6
7
8
⁸ ‘Loof de Here, bid tot Hem. Verkondig de volken van de wereld zijn machtige daden. ⁹ Zing Hem toe, prijs Hem met gezang en maak zijn wonderbaarlijke daden bekend. ¹⁰ Wees blij om zijn heilige naam en laat wie Hem zoekt, verheugd zijn. ¹¹ Zoek de Here, ja, zoek zijn kracht. Zoek onvermoeid zijn tegenwoordigheid. ¹²⁻¹³ O, nakomelingen van zijn dienaar Israël, uitverkoren zonen van Jakob, gedenk de machtige wonderen die Hij deed en de oordelen die Hij heeft uitgesproken. ¹⁴ Hij, de Here, is onze God. Zijn besluiten gelden over de hele aarde. ¹⁵ Gedenk toch voor altijd zijn verbond, de woorden die Hij tot geboden maakte voor duizend generaties, ¹⁶ zijn overeenkomst met Abraham, zijn eed aan Isaak en zijn bevestiging daarvan aan Jakob. ¹⁷ Hij gaf Israël een eeuwige belofte en zei: ¹⁸⁻¹⁹ “Ik geef u het land Kanaän als een erfenis voor altijd.” Toen Israël nog maar een klein groepje mensen was, vreemdelingen in het beloofde land, ²⁰ toen zij van land naar land zwierven, van het ene koninkrijk naar het andere, ²¹ liet God niet toe dat wie dan ook hen kwaad deed. Zelfs koningen die dat probeerden, werden terechtgewezen. ²² “Doe mijn volk, dat aan Mij is toegewijd, geen kwaad.” “Dit zijn mijn profeten, raak hen met geen vinger aan.” ²³ Zing voor de Here, o aarde, vertel elke dag van het heil dat Hij ons brengt. ²⁴ Toon zijn eer aan de volken en vertel iedereen van zijn wonderen. ²⁵ Want de Here is groot en moet uitbundig worden geprezen, Hij moet worden geëerd boven alle andere goden. ²⁶ Die andere goden zijn afgoden, maar de Here maakte de hemelen. ²⁷ Majesteit en eer gaan voor Hem uit, kracht en blijdschap heersen in zijn woning. ²⁸ O, volken van de hele aarde, schrijf de macht en eer toe aan zijn naam. ²⁹ Ja, geef de Here de heerlijkheid die aan zijn naam verbonden is. Breng een offer en ga voor Hem staan, aanbid de Here en doe dat in heilige kleding. ³⁰ Beef voor Hem, aarde! Dan zal de wereld niet meer wankelen. ³¹ Laten de hemelen en de aarde blij zijn, dan zullen de heidenen zeggen: “Het is de Here die regeert.” ³² Laten de grote zeeën brullen en laat de natuur blij zijn. ³³ Laten de bomen zingen van vreugde voor de Here, want Hij komt om recht te spreken over de wereld. ³⁴ Prijs de Here, want Hij is goed. Zijn liefde en trouw duren tot in eeuwigheid. ³⁵ Roep tot Hem: “Och, red ons, God van ons heil, breng ons veilig terug vanuit de volken! Dan zullen wij uw heilige naam danken en U triomferend prijzen.” ³⁶ Gezegend is de Here, de God van Israël, voor altijd en eeuwig!’ En daarop riepen alle aanwezigen ‘Amen’ en prezen de Here.
Het Boek™ Copyright © 1979, 1988, 1998, 2007 by Biblica, Inc. Used by permission. All rights reserved worldwide. Het Boek, Audio Edition Audio Copyright ℗ 2017 by Biblica, Inc.® Used by permission. All rights reserved worldwide.
1
2
3
4
5
6
7
8
0:00
0:00