1
2
3
4
5
6
7
8
¹ ‘Spreek geen oordeel uit, dan zal er over u ook geen oordeel uitgesproken worden. ² Want God zal u op dezelfde manier beoordelen als waarop u anderen beoordeelt. ³ Waarom maakt u zich druk over een splinter in het oog van uw broeder, terwijl u niet eens merkt dat in uw eigen oog een balk zit? ⁴ Hoe kunt u dan zeggen: “Kom, ik zal die splinter even uit uw oog halen”? Met die balk in uw eigen oog ziet u immers niets? ⁵ Hoe kunt u dan uw broeder helpen? Huichelaar! Zorg eerst dat die balk uit uw eigen oog weg is. Dan ziet u tenminste wat u doet, als u die splinter uit het oog van uw broeder haalt.
¹⁵ Pas op voor valse profeten. Zij komen naar u toe en doen zich voor als onschuldige schapen. Maar in werkelijkheid zijn het verscheurende wolven. ¹⁶ Aan hun doen en laten kunt u zien wat zij zijn, zoals men een boom kan herkennen aan zijn vruchten. U hoeft aan doornstruiken geen druiven te zoeken en aan distels geen vijgen. ¹⁷ Als u wilt weten of een boom goed of slecht is, kijk dan naar zijn vruchten. ¹⁸ Aan een goede boom komen geen slechte vruchten en aan een slechte boom geen goede. ¹⁹ Alle bomen waar geen goede vruchten aan komen, worden omgehakt en verbrand. ²⁰ Ik bedoel dit: aan zijn doen en laten kunt u zien hoe iemand is. ²¹ Niet alle mensen die Here tegen Mij zeggen, komen in het hemelse Koninkrijk. Want daar komt u alleen als u doet wat mijn hemelse Vader wil. ²² Op de dag van het grote oordeel zullen velen tegen Mij zeggen: “Here, wij hebben in uw naam geprofeteerd. Here, wij hebben uw naam gebruikt om duivelse geesten te verjagen en wonderen te doen.” ²³ Maar Ik zal hun antwoorden: “Ik heb u nooit gekend. Ga weg! U bent slecht en hebt alleen maar uw eigen zin gedaan.”
Het Boek™ Copyright © 1979, 1988, 1998, 2007 by Biblica, Inc. Used by permission. All rights reserved worldwide. Het Boek, Audio Edition Audio Copyright ℗ 2017 by Biblica, Inc.® Used by permission. All rights reserved worldwide.
1
2
3
4
5
6
7
8
0:00
0:00